Selecteer een pagina

Ontlastingsonderzoek geeft inzicht in de disbalans van de darm

Als je darmklachten hebt dan vraag je je misschien af of er een manier is om er achter te komen wat er nou aan de hand is in die darm!?! Je hebt je ontlastingspatroon waarschijnlijk al eindeloos geanalyseerd en geprobeerd te achterhalen of er bepaald eten is waar je op reageert. Als je dit leest dan heeft dat waarschijnlijk helaas niet je hele probleem opgelost. Zou ontlastingsonderzoek bij darmklachten extra waarde kunnen bieden? Ik denk van wel, want ontlastingsonderzoek geeft inzicht in de disbalans van de darm. Hieronder een paar voorbeelden van wat je met een ontlastingsonderzoek te weten kan komen.

De waarden die ik hier noem zitten altijd in de basisscreening die ik doe aan het begin van een behandeltraject. Soms worden ze aangevuld met andere specifieke testen, maar voor nu eerst de basis. Alle losse waarden hangen met elkaar samen in het totaalplaatje. Uiteindelijk combineer ik de uitslag van het ontlastingsonderzoek met informatie uit het intakegesprek over de klachten. Dit gaat dan om het verhaal bij en de achtergrond van de klachten, de voedings- en leefgewoonten en eventuele andere onderzoeken. Dit alles samen leidt tot het behandelplan.  Daar gaat ie!

De belangrijkste punten waarop ontlastingsonderzoek inzicht geeft in de disbalans van de darm


De zuurgraad van de ontlasting

De zuurgraad geeft een aanwijzing voor de stofwisselingsprocessen in de darm. Normaal is de ontlasting in de dikke darm licht zuur; een teken dat er voldoende maagzuur is en er voldoende goede bacteriën zijn die vetzuren aanmaken als voedsel voor de darmcellen. Is de zuurgraad te laag dan kan je aan verschillende dingen denken; een tekort aan maagzuur kan meespelen, een overmaat aan slechte bacteriën en een risico voor rottingsprocessen in de darm.

De staat van de vertering

Als de vertering normaal verloopt dan tref je in je ontlasting geen resten aan van vetten, koolhydraten of eiwitten. Als dat wel zo is dan is dat een teken dat je vertering ergens niet goed verloopt, bijvoorbeeld doordat er te weinig spijsverteringsenzymen zijn of een te kort aan maagzuur.

Of er genoeg goede bacteriën aanwezig zijn

Ontlastingsonderzoek-bij-darmklachten_bacterien

Het geheel van de bacteriën in de darm worden ook wel de darmflora genoemd en bestaat uit een resident en transiënt deel. De residente flora zijn de ‘goede’ bacteriën en zij zijn voor een gezonde darm absoluut noodzakelijk. Je hebt er genoeg van nodig, maar de exacte samenstelling ervan is per persoon verschillend en net zo persoonlijk als een vingerafdruk. Met een ontlastingsonderzoek wordt in kaart gebracht hoeveel van de 5 grote families goede bacteriën er bij jou in de ontlasting zitten. En als het in de ontlasting zit, dan betekent dat dat ze in je darm zitten. Je hebt het dan bijvoorbeeld over Lactobacillen en Bifidobacteriën. Die twee zijn redelijk bekend omdat in pro-biotica meestal een paar verschillende soorten zitten van deze twee families.

Of er slechte bacteriën, schimmels en gisten aanwezig zijn

De transiënte flora, ook wel passerende flora genoemd, wordt via de voeding opgenomen. Ze bestaat uit bacteriën die tot op zekere hoogte worden getolereerd, maar lijken in het algemeen weinig nut te hebben. Dit noemen we ook wel de ‘slechte’ darmbacteriën maar dat is eigenlijk iets te kort door de bocht. Er zijn er wel een paar die in kleine hoeveelheden al vervelend zijn, maar de meeste worden pas vervelend als ze met te veel zijn. Bij het onderzoek wordt getest op 5 bekende ‘slechte’ bacteriën, de echte rotzakken. Daarnaast wordt getest op 6 verschillende soorten candida, 3 specifieke soorten schimmels en verder de overige gisten en schimmels gezamenlijk.

De aanwezigheid van virulente factoren

Virulente factoren zijn stoffen die afgescheiden worden door bacteriën, gisten of schimmels en die ziekteverwekkend zijn. In een gezonde darm komen geen virulente factoren voor. Virulente factoren zijn enzymen die de omgeving in de darm dusdanig slecht houden dat de residente ‘goede’ bacteriën niet de kans krijgen om te herstellen. In het ontlastingsonderzoek wordt getest op 5 virulente factoren. Alle virulente factoren hebben, naast algemeen milieuvervuilend te zijn, een eigen effect in het lichaam. Zoals het extra belasten van de lever of het aantasten van de darmwand. Hierdoor kan je gevoeliger worden voor voedselintolerantie. Ook kunnen ze ijzer afbreken wat het risico op bloedarmoede vergroot.

De status van het immuunsysteem

Er zijn verschillende stoffen waar naar gekeken kan worden als het om het immuunsysteem van de darm gaat. In het ontlastingsonderzoek wordt in ieder geval altijd getest hoeveel secretoir IgA (sIgA) en beta-defensine 2 je hebt. SIgA beschermt tegen virussen, slechte micro-organismen, allergieën en gifstoffen en maakt ze onschadelijk zónder ontsteking te veroorzaken. Als de sIgA waarde te laag is, wijst dit er op dat de afweer sterk verlaagd is en de infectiegevoeligheid verhoogd is. Mogelijke oorzaken zijn een vervelende ziekteverwekker of parasiet. Ook de aanwezigheid van voedselintoleranties en/of virulente factoren kan de SIgA verlagen. Beta-defensine 2 heeft een hele brede werking; de kleinste hoeveelheid is al voldoende om bacteriën, schimmels en gisten, virussen en parasieten te doden. Beta-defensine 2 maakt geen onderscheid tussen ‘slechte’ of ‘goede’ bacteriën dus de residente flora kan op den duur lijden onder een verhoogd beta-defensine 2.

Darmontstekingen

α-1 Antitrypsine is een stof die geproduceerd wordt in lever -en darmcellen. Het circuleert via het bloed door het hele lichaam en remt ontstekingsenzymen waar nodig. Deze test is uitermate geschikt om in een heel vroeg stadium ontstekingen te detecteren. Ontstekingen vreten energie en ook een klein beetje ontsteking maakt schade. Als deze waarde verhoogd is, is de kans op een voedselintolerantie toegenomen.

Parasieten en voedselintolerantie

In het eerste ontlastingsonderzoek wordt nog niet expliciet op de aanwezigheid van parasieten en voedselintolerantie getest. Dit is namelijk lang niet altijd nodig en dan zou het zonde zijn van de investering. Het onderzoek geeft wel aanwijzingen voor de kans op de aanwezigheid van een parasiet en/ of een voedselintolerantie. Dus als het nodig is dan zal ik adviseren om dit verder te laten onderzoeken. Soms is het vanaf het begin duidelijk dat er meer aan de hand is en dan kunnen we altijd beslissen om het startonderzoek direct uit te breiden met een parasieten onderzoek.

Voor iedereen anders

Wat me opgevallen is sinds ik elke behandeling start met een ontlastingsonderzoek, is dat dezelfde soort klachten bij verschillende mensen hele andere resultaten geven. Soms heeft iemand vooral veel te weinig goede bacteriën, soms heeft iemand een combinatie van slechte bacteriën, een schimmel én een parasiet. Een andere keer heeft iemand vooral een actief immuunsysteem en een voedselintolerantie. Zonder ontlastingsonderzoek weet je niet wat de werkelijke oorzaak is van je klachten en loop je dus het risico dat je inspanningen niet werken omdat je niet het volledige beeld hebt.  Meer weten over ontlastingsonderzoek of een afspraak maken?